De digitale overheid is nog niet klaar

Het regeerakkoord uit 2012 stelde als doel dat burgers en ondernemers uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid moesten doen digitaal zouden kunnen afhandelen. Hiertoe werd het programma Digitaal 2017 in het leven geroepen. Als een van zijn laatste ministeriële daden heeft minister Plasterk eind oktober de afsluitende rapportage over de kabinetsdoelstelling Digitaal 2017 aan de Tweede Kamer gestuurd. De rapportage zet uiteen wat de stand van zaken is op het gebied van digitale overheidsdienstverlening.

Het zal niet verbazen dat de rapportage een optimistische toonzetting heeft. Het programma heeft veel energie gestoken in het stimuleren van overheidsorganisaties om hun dienstverlening digitaal aan te bieden. In 2017 is de gemiddelde digitale beschikbaarheid van de gehele overheid 90 %. Digitale beschikbaarheid heeft betrekking op het aanbod van de meest gebruikte overheidsproducten in digitale vorm: hoe meer van die producten beschikbaar hoe hoger de digitale beschikbaarheid. De uitvoeringsorganisaties scoren met 99 % het hoogste; de lagere overheden met 83% het laagste. Naast die kwantiteit is aan de aanbodzijde gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverleningsproducten (publieksvriendelijke teksten, onderzoek naar knelpunten in de klantreis van webbezoekers, ed.). Ook is in de loop der jaren meer aandacht uitgegaan naar mensen die digitaal niet of minder vaardig zijn.

De rapportage somt verder allerlei initiatieven op die er door de verschillende overheden zijn genomen en zijn gestart. Daar zit mijns inziens de kracht en de zwakte van het programma. Digitaal 2017 heeft een enorme uitstraling. Bij overheden worden veel initiatieven genomen ‘om in 2017 digitaal te zijn’. Tegelijkertijd zit er weinig sturing op, popt van alles op en zijn de onderlinge verbindingen niet altijd even sterk. Door het programma werd regelmatig alles op een rij gezet. Als dat cement weg is dreigt er een berg losse initiatieven over te blijven.

De minister concludeert dat de digitale dienstverlening van overheidsorganisaties in 2017 een goed peil heeft bereikt. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat Digitaal 2017 een tussenstation is en dat de verbetering van overheidsdienstverlening permanente aandacht nodig heeft. Dat sluit goed aan op het regeerakkoord 2017. Daarin wordt gesteld dat een goed functionerend openbaar bestuur zich moet aanpassen aan maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. De beleidsvoornemens zijn dat overheidscommunicatie die nu nog fysiek plaatsvindt, in de toekomst ook digitaal moet kunnen en dat het kabinet een agenda ontwikkelt voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur.

Het regeerakkoord 2017 geeft aldus in weinig woorden weer dat de digitale dienstverlening verder verbeterd zal worden. Uit de politieke analyses begrijp ik dat hoe meer tekst er in het regeerakkoord aan een onderwerp wordt gewijd hoe controversiëler het onderwerp was aan de onderhandelingstafel. De digitale overheid is dat dus niet: op naar Digitaal 2021.