Wet digitale overheid

Een nieuw kabinet, een nieuwe naam. Beter passend bij de ambities van dit kabinet wordt de naam Wet generieke infrastructuur (GDI) aangepast naar Wet digitale overheid.
Verdere verbetering van de digitale overheid, standaardisering van elektronisch verkeer, regels voor informatiebeveiliging en een betrouwbaardere elektronische identificatie, dat is onder andere wat deze wet voor ogen heeft.

Online dienstverlening betreft een belangrijk onderwerp binnen de wet. De toegang voor burgers en bedrijven tot online dienstverlening bij de overheid dient veiliger en betrouwbaarder te worden dan tot nu toe. Open standaarden en opwaardering van de huidige elektronische identiteitsmiddelen dienen daar aan bij te dragen. Dit betekent dat ook DigiD onder de loep wordt genomen.

Het is de bedoeling dat burgers en bedrijven elektronische identificatiemiddelen (eID) krijgen met een hogere mate van betrouwbaarheid waardoor mensen veiliger kunnen inloggen bij de overheid en in de zorg en daardoor meer zaken kunnen en zullen regelen via internet.  Bovendien geven deze identificatiemiddelen publieke dienstverleners meer zekerheid over iemands identiteit (minder identiteitsfraude). Interessant in dit kader is de voortgangsrapportage van juni 2017, aan de Tweede Kamer, van Minister Plasterk, destijds minister van BZK, waarin uitleg wordt gegeven over de ontwikkelingen op dit gebied. In januari wordt een vervolg hierop verwacht.

Voor een goede werking van elektronische identificatie is de verwerking van persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, noodzakelijk. De Wet digitale overheid beoogt ook voor deze verwerkingen de noodzakelijke wettelijke grondslagen te bieden. Onderdeel van de nieuwe publieke eID-infrastructuur, als generieke voorziening voor alle eID-middelen, is de ontwikkeling van het verbeterde BSN-koppelregister en het Inzageregister.

De Wet digitale overheid gaat gelden voor bestuursorganen en door de wet aangewezen (semi)overheidsinstanties. In 2018 vindt behandeling in de Tweede en Eerste Kamer plaats. De wet zal, als alles volgens planning verloopt, in 2019 in werking treden. Voor die tijd dienen nog wel een aantal belangrijke discussiepunten rond de wet te worden geslecht. Zo heeft de VNG aangegeven niet te kunnen beoordelen wat voor de langere termijn de maatschappelijke effecten zullen zijn, of de (digitale) dienstverlening aan burgers en ondernemers en de samenwerking met maatschappelijke ketenpartners werkelijk innovatief, beter, sneller en betrouwbaarder zal worden. Ook liet de VNG in juli 2017 weten dat de kosten voor de ontwikkeling van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voor het Rijk moeten zijn. De Ministerraad heeft echter toch besloten om de toerekenbare kosten vanaf 2018 bij gemeenten neer te leggen. De voorlopige schatting van die kosten bedraagt zo’n 20 miljoen.

Bronnen:
Wet GDI wordt Wet digitale overheid
Kamerbrief inzake Voortgangsrapportage programma eID
Wet digitale overheid
VNG waarschuwt gemeenten voor kosten GDI
VNG: ‘veel wensen gemeenten nog niet mee in Wet GDI’