Openbaarheid en toch censuur

John Gerse

Nog niet zo lang geleden in het nieuws: censuur door YouTube op filmmateriaal van het Regionaal Archief Alkmaar. Beelden uit de Tweede Wereldoorlog werden door YouTube als ‘haatzaaiend’ aangemerkt. Het filmmateriaal werd geblokkeerd en was daardoor enige tijd niet meer te zien. Dit soort inbreuken op de openbaarheid zijn voor archiefinstellingen die gebruikmaken van kanalen als YouTube problematisch.

Inmiddels is er contact geweest tussen het videoplatform van YouTube en het Regionaal Archief Alkmaar. Afgesproken is dat video's uit de Tweede Wereldoorlog op YouTube getoond mogen worden zolang deze voor educatieve doeleinden worden gebruikt.

Dit was niet het eerste incident. Al eerder waren YouTube en Facebook om dit soort acties in het nieuws. Het reguleren en daarmee op deze manier beperken van de informatieverstrekking komt regelmatig voor. Dit is niet wenselijk, zeker niet daar waar het betreft materiaal van archiefinstellingen.

Openbaarheid

Naar archiefinstellingen overgebracht archiefmateriaal is in principe openbaar. Denk hierbij aan archieven die worden beheerd door instellingen als het Nationaal Archief, diverse regionale historische centra en gemeentelijke archiefbewaarplaatsen. In een digitale wereld gaat het vooral over materiaal dat is opgeslagen in e-depots. Archiefmateriaal in de breedste zin van het woord, dus ook filmmateriaal. Een enkele keer wordt de openbaarheid tijdelijk beperkt door het toepassen van daarvoor in de Archiefwet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Bijvoorbeeld wanneer de privacy van personen in het geding is of de staatsveiligheid. Aan deze beperkingen zijn echter wel regels verbonden. Zo mogen ze bijvoorbeeld niet voor onbepaalde tijd worden opgelegd. Het is een vorm van bescherming die niet eeuwig mag voortduren.

Wie bepaalt?

Dit wetende rijst al snel de vraag op basis van welke criteria sociale platforms de publicatie van openbaar archiefmateriaal, zoals de Alkmaarse historische beelden, blokkeren? Is censuur bij het publiceren van archiefmateriaal sowieso wel nodig wanneer wij daar als maatschappij vooraf al een oordeel over hebben gegeven? Willen we niet dat informatie openbaar wordt gemaakt, dan hadden we daar toch zelf al beperkingen aan vastgesteld? Bepaalt YouTube in dit geval alsnog wat wel en niet mag worden bekeken?

In Nederland is er een stelsel van analyses bedacht op basis waarvan wordt bepaald welke archiefbescheiden voor eeuwige bewaring in aanmerking komen en naar eerder vermelde archiefinstellingen worden overgebracht. Anders gezegd: we bepalen daarmee ook welk materiaal volledig openbaar wordt. Belangstellenden, waaronder historici en recht- of bewijszoekenden, kunnen het openbare archiefmateriaal inzien.

Actieve openbaarheid

Archiefinstellingen passen ook actieve openbaarheid toe. Ze publiceren bijvoorbeeld materiaal waarvoor bij een breed publiek belangstelling bestaat. Archiefinstellingen moeten zich daarbij steeds vaker de vraag stellen welke kanalen daarvoor nog geschikt zijn. Zijn sociale media als YouTube of Facebook, gezien de censurering, nog wel geschikte platforms als we niet zeker weten of het geselecteerde materiaal via deze weg ook echt openbaar kan worden gemaakt? Is er een alternatief? Qua bereikbaarheid is YouTube natuurlijk ‘het kanaal’. Maar qua leveringszekerheid blijkt dit kennelijk toch niet altijd het geval.