De ontvangst- en verzendtheorie van poststukken

Het tijdig verzenden en ontvangen van poststukken die bestemd zijn voor de rechtbank verdient de nodige aandacht. De verzender moet er goed op letten dat de stukken binnen de gestelde termijn door de rechtbank worden ontvangen. Door recente rechtspraak is het alleenrecht voor het kunnen aantonen van tijdige verzending aan PostNL ontvallen.

Wat is tijdig?

De tijdigheid van ontvangst is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 6:9 lid 1 en lid 2. Hierin staan de zogeheten ontvangst- en de verzendtheorie verwoord. Lid 1 bepaalt dat een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn door de bevoegde instantie is ontvangen. Dit is in Nederland het uitgangspunt en wordt de ontvangsttheorie genoemd. Het indienen van het bezwaar- of beroepschrift kan door afgifte aan de balie bij de bevoegde instantie (zelf doen of per bode of koerier) of verzending per post.

Bij een verzending per post heeft de indiener van het bezwaar- of beroepschrift het niet geheel in de hand dat het stuk ook tijdig wordt bezorgd. Daarom is er ook de verzendtheorie (artikel 6:9 lid 2 Awb). Die houdt in dat een bezwaar- of beroepschrift ook op tijd is ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en dan buiten de termijn binnenkomt, mits niet later dan een week. Wanneer is een poststuk ter post bezorgd? Op het moment dat het (voldoende gefrankeerd) aan een postvervoerder is aangeboden. De datumstempel wordt als uitgangspunt genomen voor de datum waarop het stuk ter post is aangeboden.

Alleenrecht PostNL

Aangezien het ‘ter post bezorgd’ bij de verzendtheorie zo belangrijk is, geldt sinds jaar en dag het moment dat het poststuk in de brievenbus is gedaan (vóór de laatste buslichting) of het moment dat het op het postkantoor is aangeboden. De aanvullende voorwaarde is dus feitelijk dat voor verzending voor PostNL wordt gekozen. Dit staat niet als zodanig in de Awb, maar PostNL is wel impliciet de enige dienstverlener waarvoor de verzendtheorie geldt.

Door een recent arrest van het Europese Hof van Justitie is dat alleenrecht van PostNL op losse schroeven komen te staan. Een uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelt zelfs expliciet dat de verzendtheorie niet alleen opgaat als een poststuk is verzonden met PostNL, maar dat deze ook geldt als er gebruik is gemaakt van een andere verzender.

Wat verandert er?

Zoals gezegd staat PostNL in de Awb niet expliciet genoemd als enige dienstverlener bij de verzendtheorie, maar wordt PostNL wel altijd in één adem genoemd. Er is dus geen wetswijziging nodig; wel nieuwe jurisprudentie. Als je stukken verzendt naar de rechtbank kun je ook van een andere dienstverlener gebruikmaken, mits er voldoende faciliteiten zijn waarmee tijdige verzending kan worden aangetoond en het poststuk niet langer dan een week onderweg is. Zoals ik in mijn vorige blog aangaf ondervindt PostNL voor 5 dagen per week 24 uurspost niet veel concurrentie. Als je echter van andere dienstverleners gebruikmaakt (48- of 72-uurspost), kun je ook daar je kritische processtukken door laten verzenden, mits de betreffende aanbieder de juiste faciliteiten heeft.