Actievere rol voor gemeenteraden in het toezicht

Actievere rol voor gemeenteraden in het toezicht?

Provincies gaan samen met gemeenten werken aan een efficiëntere en effectievere invulling van het toezicht op de uitvoering van enkele gemeentelijke taken, waaronder het archief- en informatiebeheer. De rol van de gemeenteraad als controleur van de colleges van Burgemeester en wethouders is hierbij een belangrijk onderdeel.

Interbestuurlijk toezicht

In 2012 werd de Wet revitalisering generiek toezicht (RGT) van kracht waarmee het zogenoemde interbestuurlijk toezicht (IBT) in werking trad. Door deze wet wijzigde het toezicht door de provincie op lagere overheden als gemeenten en waterschappen. De provincie kwam ‘op afstand’ te staan en het directe, specifieke toezicht verdween. De dagelijkse besturen van overheden moesten hun verantwoordelijkheid voor de taakuitvoering gaan verantwoorden aan hun eigen controlerende orgaan, zoals de gemeenteraad of het algemeen bestuur. Dat gold voor die taken waar provincies voorheen specifiek toezicht op hielden, zoals het archief- en informatiebeheer, de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening. De provincie zou pas achteraf op basis van signalen of aan de hand van verantwoordingsinformatie kunnen ingrijpen.

Het dagelijks bestuur van een gemeente of waterschap legt nu jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad respectievelijk het algemeen bestuur met een zogenoemde IBT-rapportage. Daarin geeft het een eigen oordeel over de taakuitvoering op diverse domeinen. Deze IBT-rapportage gaat ook naar de provincie die het oordeel van gemeente respectievelijk waterschap weegt en daarbij in een enkel geval tot een afwijkend oordeel komt.

Gemeenteraden laten het afweten

De verwachting was dat in het geval van gemeenten de raad bij de behandeling van de IBT-rapportage een politiek debat zou voeren met het college van B&W. De praktijk leert dat dit onvoldoende van de grond is gekomen. Door het uitblijven van een inhoudelijke bespreking tussen college en raad lijkt de huidige werkwijze van het IBT effectief noch efficiënt. Veel gemeenten en provincies zijn dan ook van mening dat de in 2013 gekozen insteek voor het toezicht (te) weinig toegevoegde waarde oplevert voor de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur.

Doorontwikkeling IBT

In 2017 liet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een landelijke evaluatie van de uitvoering van de Wet RGT uitvoeren, die in 2018 werd aangeboden aan de Tweede Kamer. De uitkomst was dat het interbestuurlijk toezicht in de ogen van diverse partijen redelijk goed werkte en het systeem niet drastisch hoefde te wijzigen. Wel was er behoefte aan een doorontwikkeling van het IBT. Deze doorontwikkeling kreeg gestalte in de ‘Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht’, die in 2019 is uitgewerkt op landelijk niveau. De agenda richt zich op een verdere versterking van de rol van de gemeenteraad, op meer risicogericht en proportioneel toezicht en intensievere samenwerking tussen bestuurslagen.

Een aantal provincies heeft de doorontwikkeling van het IBT ook op provinciaal niveau opgepakt en geëvalueerd. Na Groningen en Friesland hebben ook gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten om in nauwe samenwerking met de 52 Zuid-Hollandse gemeenten een nieuwe vorm van IBT te onderzoeken die beter moet aansluiten bij de huidige ontwikkelingen en vormen van samenwerking. Dit voorjaar start het traject dat ertoe moet leiden dat er in 2021 een nieuwe inrichting van het IBT is bepaald en vormgegeven.

2020 en 2021

Voor het domein van het informatiebeheer worden 2020 en 2021 zeer interessante jaren. De invoering van de Wet open overheid, de Wet digitale toegankelijkheid en de nieuwe Archiefwet gaan leiden tot extra aandacht voor het belang van goed informatie- en archiefbeheer en vragen dus ook om voldoende intern toezicht. Een goed moment voor gemeenten en provincies om het interbestuurlijk toezicht samen vorm te geven en op de kaart te zetten.