Digitalisering in het coalitieakkoord: de plannen voor de komende jaren

In december 2021 verscheen 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst', het coalitieakkoord 2021-2025 van het inmiddels beëdigde kabinet-Rutte IV. Het coalitieakkoord bevat de plannen voor de aanstaande kabinetsperiode. Wat wordt er gezegd over digitalisering? Digitalisering wordt gezien als een van de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen waardoor ons leven er heel anders zal gaan uitzien in de komende jaren. Zoals met meer onderwerpen uit het coalitieakkoord is ook het thema 'digitalisering' een wonderlijk mengsel van grote woorden en gedetailleerde uitspraken.

De portefeuille
Zoals in de voorgaande kabinetten al het geval was, is digitalisering ondergebracht bij een staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Staatssecretaris Van Huffelen beheert de portefeuille Koninkrijksrelaties en Digitalisering. Zoals her en der werd gegrapt, is de combinatie van de beleidsvelden Caraïbische eilanden en computers een wonderlijke combinatie, maar we moeten het er al jaren mee doen. Zoals ik eerder al vaststelde waren het alleen de SP en de SGP die in hun verkiezingsprogramma’s pleitten voor een apart coördinerend en aansturend ministerie rond het thema digitalisering. Digitalisering blijft een zaak van de afzonderlijke ministeries en coördinatie gebeurt binnen het kabinet.

Aparte paragraaf in het coalitieakkoord
Digitalisering is een aparte paragraaf in het hoofdstuk 'Een welvarend land'. Onder het kopje 'Digitalisering' stelt het coalitieakkoord in de openingszin: 'De huidige digitale revolutie biedt geweldige kansen voor onze samenleving en economie.' Dat suggereert dat het kabinet digitalisering vooral hoog inschat vanwege de economische mogelijkheden. Dat is niet helemaal waar. Het kabinet ziet digitalisering zeker als een (economische) kans, maar heeft er ook oog voor in het kader van de kenniseconomie, de veiligheid en de problematiek die het maatschappelijk met zich meebrengt.

Versterking (kennis)economie
De kabinetsvoornemens inzake de economie en de kenniseconomie lopen in elkaar over. Het doel om het midden- en kleinbedrijf bij digitalisering te ondersteunen, heeft een duidelijke economische component. In het innovatiebeleid is digitalisering een van de belangrijkste aandachtspunten omdat het onderdeel uitmaakt van een van de belangrijke transities (naast energie en klimaat) voor de komende jaren. Het kabinet wil daarom investeren in chips- en sleuteltechnologieën, zoals kunstmatige intelligentie en quantumcomputing. In Europees verband wil het kabinet inzetten op versterking van de samenwerking op het gebied van digitalisering om leidend te worden in digitalisering en nieuwe technologieën (wereldtoneel!). Tevens moet er in alle delen van Nederland snel, betrouwbaar en veilig internet komen.

De gevaren van digitalisering
Er wordt vastgesteld dat digitalisering zorgt voor een digitale kloof en groeiende ongelijkheid in de samenleving. Iedereen moet de kans krijgen om zijn digitale kennis en vaardigheden te verbeteren. Digibetisme moet omlaag en digitale geletterdheid omhoog. Los daarvan zal de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten verbeteren.
Door alle hacks en spionageactiviteiten wil het kabinet de inlichtingendiensten beter in staat stellen om de digitale dreigingen en aanvallen op te sporen en te bestrijden. Bedrijven, vitale infrastructuur en economisch kapitaal worden beter beschermd. Ook de justitiële keten (partners binnen de rechterlijke organisatie zoals politie, rechters, Openbaar Ministerie enz.) wordt versterkt ten behoeve van de aanpak van cybersecurity.

Algoritmes
Door alle schandalen en commotie van de afgelopen tijd hebben de algoritmes ook een nadrukkelijke plek gekregen in het coalitieakkoord. En het is meteen vrij concreet. Zo zal gezichtsherkenning alleen worden toegepast met wettelijke afbakening en controle. De positie van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt versterkt, net als de samenwerking en samenhang tussen de diverse digitale toezichthouders. Er wordt wettelijke geregeld dat algoritmes worden gecontroleerd op hun werking. Een algoritmetoezichthouder bewaakt dit. De overheid zal van burgers niet meer data verzamelen en delen dan noodzakelijk. Er worden regels ontwikkeld voor data-ethiek in de publieke sector. Mensen wordt een eigen ‘online’ identiteit gegeven en krijgen regie over hun eigen data.