De Wet bescherming klokkenluiders en de informatiefunctie

Op 18 februari is de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) in werking getreden. De Wet bescherming klokkenluiders is de nieuwe naam voor haar voorganger, de Wet Huis voor klokkenluiders. De laatste moest vanwege EU-regelgeving aangepast worden. De aanpassingen hebben tot doel de reikwijdte van de regeling en de bescherming van de klokkenluiders te vergroten. In dit artikel licht ik een paar van de wijzigingen toe om vervolgens in te gaan op de vraag in hoeverre dit consequenties heeft voor de wijze waarop (overheids)organisaties hun informatie beheren.

Een eerste punt waarop de wet verschilt van haar voorganger is de definitie van een misstand waarvoor de wet bescherming moet bieden aan de melder: ‘een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld’. Anders gezegd, iedere potentiële wetsovertreding. Dus ook schendingen of potentiële schendingen van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, de Wet open overheid, de Archiefwet en al die andere wetten, besluiten en regelingen die direct impact hebben op de wijze waarop overheidsinstellingen de informatiehuishouding inrichten. En de wetsovertreding hoeft niet eens plaats te hebben gevonden. Het feit dat deze dreigt voor te komen is voldoende om een situatie als een misstand te kwalificeren. Kortom, slechte registratie en slecht informatie- c.q. archiefbeheer zijn misstanden volgens de definitie van de Wbk.

Een tweede aanscherping die raakpunten heeft met de informatievoorziening is de verplichting om een meld- en een onderzoekspunt in te richten, bij voorkeur als twee gescheiden entiteiten. Het onderzoekspunt dient te werken volgens een vastgesteld onderzoeksprotocol. Om onderzoek te doen zijn deugdelijke data nodig. Een belangrijke – zo niet de belangrijkste – bron hiervoor zijn de dossiers zoals die worden gevormd bij de uitvoering van de processen van de organisatie. Een eis aan deze dossiers is dan ook dat ze voldoende administratieve neerslag bevatten om de onderzoeken, zoals beschreven in het voornoemde protocol, mogelijk te maken. De noodzaak om tot goede en volledige dossiervorming te komen, wordt nog versterkt doordat in de Wbk sprake is van omgekeerde bewijslast. Wanneer de klokken wordt geluid over een vermeende misstand, is het aan de organisatie om aan te tonen dat er niets aan de hand is.

Een derde aspect van de Wbk dat wel eens gevolgen kan hebben voor de informatieafdeling is dat het (waarschijnlijk en onder voorwaarden) mogelijk wordt om anoniem misstanden te melden. De AMvB die dit moet regelen is echter nog in de maak. Het valt te verwachten dat als gevolg hiervan het aantal meldingen behoorlijk zal toenemen, en dus ook de noodzaak om hier effectief op te reageren. Om de onderzoeken die elke melding met zich meebrengt snel en deugdelijk uit te kunnen voeren, zijn goede dossiers en een effectieve toegang ertoe onontbeerlijk.

Samenvattend: de Wbk zou best wel eens vergaande gevolgen kunnen hebben voor de informatiefunctie, hetzij als middel tot, hetzij als onderwerp van onderzoeken naar misstanden.

Door: Gertjan van Heijst