E-overheid wereldwijd gemeten

Sinds 2003 brengen de Verenigde Naties een rapport uit over de wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van e-overheid. De zogeheten e-overheid ontwikkelingsindex is gebaseerd op drie componenten: de beschikbaarheid van online diensten, de aanwezigheid van telecommunicatie verbindingen en de bekwaamheid van mensen om met digitale middelen om te gaan.

Ik ben altijd wat sceptisch bij de berichten vanuit ons ministerie van Binnenlandse Zaken over wat er in Nederland nu weer allemaal is bereikt op het gebied van digitalisering en e-overheid, maar in het VN onderzoek van 2016 staat Nederland mooi op een zevende plek (van de bijna 200 landen). Sterker nog: Nederland staat sinds 2008 strak bij de eerste 10. In 2010 en 2014 op de 5de plek en in 2012 zelfs op de tweede plek. Als je de lijstjes door de jaren heen bekijkt is de top tien vrij stabiel. Ons land presteert constant goed in dit onderzoek.

De VN stellen in het rapport een voortgaande trend vast naar hogere niveaus van e-overheid. Landen innoveren en gebruiken ICT om diensten aan te bieden, het geven van inzicht in de eigen werkwijzen (transparantie) en het betrekken van mensen in besluitvormingsprocessen. Dit lijken wat boude dan wel politiek correcte uitspraken. Ik kan me weinig voorstellen bij het overheidsprogramma in pakweg Mali om online dienstverlening aan te bieden of  het betrekken van burgers in het besluitvormingsproces in Rusland.

Toch staan er pareltjes in het rapport waar je niet snel aan denkt. Het verzamelen van data in Rio de Janeiro (big data). Het verzamelen van geografische gegevens in steden als Nairobi (Kenia) en Dar es Salaam (Tanzania) over leegstand omdat dat bronnen van ziektekiemen zijn. Een overheidsprogramma in Kenia om overheidsgegevens beschikbaar te stellen (open data). Het digitaal melden van verkeerde afvalverwerking (illegale dumping, volle afvalbakken, ed.) in Maputo (Mozambique).
Het rapport signaleert een aantal trends, geeft inzichten en doet aanbevelingen op het gebied van geïntegreerde dienstverlening, open data, e-participatie, digitale technologieën en het dichten van de kloof digitaal-niet digitaal.

De VN zien in de ontwikkeling en het aanbieden van integrale dienstverlening een trend: 90 landen bieden al een of andere vorm van ketendienstverlening aan.

In open data zien de VN veel heil. Het is bij 'de' overheden niet de vraag of data worden vrijgegeven, maar hoe. De kwaliteit en kwantiteit variert erorm, maar blijkbaar hebben 128 van de 193 VN-leden al ten minste een vorm van open data.

Er wordt vastgesteld dat de e-participatie wereldwijd toeneemt. Hier lijkt in het rapport vooral te focussen op sociale media. Het rapport pleit voor gestructureerde inzet voor samenwerking en het betrekken van mensen bij besluitvorming. Waar kwantiteit het probleem niet is moet er meer aandacht komen voor de kwaliteit.

Er wordt vastgesteld dat online dienstverlening wereldwijd groeit en dat dat een goede ontwikkeling is. Het moet daarom worden gestimuleerd met bijvoorbeeld breedband internet. Ook moet de kloof tussen digitaal en niet-digitaal worden gedicht, juist vanwege de voordelen die digitalisering brengt.

Eigenlijk is dit een vreemd onderzoek. Je voelt steeds dat appels met peren worden vergeleken. De top-50 wordt vrijwel geheel ingenomen door Westerse landen. Somalie staat als laatste op 193.

Verrassing ! Het onderzoek is ook wel de grote greep en staat vol open deuren. De digitale overheid wordt als een soort panacee gepresenteerd. Enfin, niet vergeten: in het rijtje landen die er op dit onderwerp toe doen scoort Nederland heel goed.

Ascon Spieksma, 05-10-2016